| Vegetatie |
AlgemeenHet Burreken kan grofweg getypeerd worden als een rest-natuurlijk bos (Hermy, 1989). Het is een oud boscomplex, waarvan de hakhoutlaag in de meeste percelen niet recent opnieuw is ingeplant. De hieronder beschreven vegetatietypen kun je terugvinden op de bijhorende kaart (zie inventarisaties) Bronbossen (Carici remotae-Fraxinetum) Bronbosvegetaties komen voor in het volledige gebied van het Burreken, waar ze meestal smalle groeistroken vormen langs bronbeekjes en de lager gelegen beekboorden. Op Langs de Krombeek treffen we zeer rijke overgangen aan tussen bronbos en Elzen-Olmen-Essenbos. Het betreft hier in feite een beekbegeleidende variant met zeer veel Daslook en verder naast de eerder genoemde bronbossoorten ook o.a. Gele dovenetel, Bosanemoon, Slanke sleutelbloem, Eenbes, Klaverzuring, Muskuskruid en diverse ruigtekruiden. De boomlaag bestaat vnl. uit Canadapopulier (op termijn spontane omvorming naar es, els); de hakhoutlaag vnl. uit Hazelaar.
Essen-elsen-olmenbossen (Ulmo-Fraxinetum) Dit type komt op een zeer beperkte oppervlakte voor in het alluvium van de centrale beken van het Burreken. Het zijn rijke vegetaties met o.m. Daslook, Speenkruid, ![]()
Essen-Eikenbossen met Boshyacint (Endymio-Carpinetum) Deze benaming is een verzamelnaam voor een aantal nauwverwante bosvegetaties, die afhankelijk van trofiegraad, kalkrijkdom en vochtigheidsgraad verschillen vertonen. Op de biologische waarderingskaart werden deze bosvegetaties als "Eiken-Haagbeukenbossen met Wilde hyacint" gekarteerd. In de door ons gebruikte indeling (volgens Hermy, 1985) worden Eiken-Haagbeuken-bossen juist onderscheiden door het ontbreken van Wilde hyacint. Het voorjaarsaspect wordt in dit type bos echter vooral bepaald door Bosanemoon en Wilde hyacint. Soorten die frequent voorkomen zijn Kleine maagdenpalm, Slanke sleutelbloem, Boszegge, Wijfjesvaren, Ruwe smele, Gele dovenetel, Veelbloemige salomonszegel, Muskuskruid, Overblijvend bingelkruid en Witte klaverzuring. Minder algemeen zijn Aardbeiganzerik, Eenbloemig parelgras, Bergereprijs, Paarse schubwortel, Sneeuwklokje, Eenbes, Heelkruid en Gevlekt longkruid. Op een enkele plek groeit Stijve naaldvaren (steile helling). zure variant Populierenaanplant boven grasland of ruigte In de meeste van deze percelen werd Canadapopulier aangeplant. Ruigtekruiden domineren de vegetatie. Enkele van deze percelen hebben echter een rijke vegetatie, die totaal afwijkt van de overige bos- en graslandvegetaties in het gebied. De aanplantingen op deze zeer natte percelen (invloed van kwel) zijn van recente oorsprong. Het betreft hier vooral soorten van het Dotterbloemverbond. (zie verder) Midden in het centrale bosgedeelte van perimeter 1 ligt een voormalige "bosweide", waarlangs nog steeds duidelijk knotbomen (Haagbeuk en Meidoorn) voorkomen.Wellicht lag het perceel, voor het gebruikt werd als weide, ook onder bos. Naast ruigtekruiden komen hier immers soorten voor zoals Wilde hyacint, Bosanemoon, Daslook, Donkersporig bosviooltje en Maagdenpalm. Verder valt hier het Groot springzaad op, een zeldzame plant in Vlaanderen.
Een omvormingsbeheer werd/wordt uitgevoerd. Ofwel werden de populieren gekapt ofwel geringd. (zie ook bij beheer) Populieren met een belangrijke epyfietenflora (voornamelijk klimop) werden gespaard.
Gemengd struweel Goed ontwikkelde vegetaties van mantels en zomen kwamen tot voor kort bijna nergens meer voor in het gebied. We vinden nog enkele restanten langs delen van de bronbeken die grenzen aan weiland. Soorten uit deze milieus waren dan ook bijzonder schaars en kwamen eerder voor op lichtrijke plekjes in het bos of langs paden. Sinds er in het gebied extensief begraasd wordt ontstaat er op verschillende plaatsen struweelvorming.
Dottergraslanden Het gaat hier om bronweiden waarbij het water zowel puntvormig als diffuus (kwel) kan optreden. Enkele sterk door kwelwater beïnvloede vlekken in een graasweide hebben een dottergraslandvegetatie die gedomineerd wordt door Holpijp. Verder groeien hier, naast grassen van voedselrijke situaties (Engels raaigras, Ruw beemdgras, Gestreepte witbol...), Dotterbloem, Watermunt, Lidrus, Zomprus, Beekpunge en Egelboterbloem. Soortenrijke graasweiden De meeste weilanden in de valleigebieden zijn gelukkig nooit zwaar (over)bemest geweest. Hier kunnen we oa nog Scherpe-en Kruipende boterbloem, Madeliefje, Witte klaver, Rode klaver, Gewoon biggekruid, Smalle weegbree, Kamgras, Reukgras, Vijfvingerkruid, Veldzuring en Schapezuring aantreffen. Enkele kleinere percelen hebben een soortenrijke vegetatie van droge graslanden (gd {=droog grasland} afgekort op de vegetatiekaart) met bv. gewone veldbies.
Akkers Akkers in het Burreken hebben een uitdovend karakter. In april 2008 zijn in perimeter 1 de eerste percelen in beheer genomen. Deze worden nu jaarrond begraasd. (zie ook bij beheer). De verwachte massale opslag van distels bleef uit (had het iets te maken met het niet eggen van het vorige patattenveld??).
Wat we wel kregen was een geurig tapijt van kamille aangevuld met varkensgras. De verwachting is dat er spontane bos-en struweelvorming zal plaatsvinden onder invloed van extensieve jaarrond begrazing door koeien en ezels. Eind 2008 waren de eerste essen-en elzenplantjes al massaal aanwezig.
|
| Hoofd menu |
|---|
plaatsen waar verschillende bronnen dicht bij elkaar liggen of kwelwater diffuus uittreedt, komen ook vlekvormige bronbosvegetaties voor. 


