Dagvlinders 2008

2% meer dagvlinders geteld in het Burreken dit jaar !
 
door Ronny De Clercq, IWG Lampyris
 
 
In Limoniet verscheen in 2008 een artikel met betrekking tot de tellingen van 2006-2007. u kunt  het artikel via deze link opvragen.
 
In 2008 vlogen er 29 weken dagvlinders in het Burreken, de eerste al op 10 februari : 2 Atalanta's en 1 Gehakkelde aurelia. De laatste vloog op 27 oktober : 1 Dagpauwoog.
In totaal telden we 2607 dagvlinders in 2008. In 2007 werden er 2543 vlinders geteld in 33 weken, de eerste Atalanta vloog toen al op 14 januari en de laatste vlinders vlogen op 14 oktober. In 2007 vlogen er al behoorlijk wat vlinders vanaf begin maart, in 2008 moesten we tot 20 april wachten, maar dan vlogen er wel ineens 6 soorten.
Half mei 2008 kwam er een abrupt einde aan de vliegtijd van de voorjaarsgeneratie's, weggespoeld door dagen regen en wind. Het duurde tot de tweede helft van juni alvorens de vlinderpopulaties het slechte voorjaar teboven kwamen, maar de aantallen bleven voor bijna alle soorten ver beneden het peil van 2007.
Hoe komt het dan, dat er toch meer vlinders vlogen dan de vorige jaren ? Dat is te danken aan één enkele soort :
Zandoogjes:
* Het Bruinzandoogje ! Dit jaar werden er niet minder dan 1056 Bruin zandoogjes geteld tijdens een vliegperiode van 13 weken. Deze soort vloog dus één week langer dan het vorige jaar, in 2007 werden er 481 vlinders geteld en dat was toen ook al meer de jaren daarvoor, voor de rest viel de vliegperiode precies gelijk met de vliegtijd in 2007. Het is duidelijk dat de toename van ruige graslanden deze soort ten goede komt.
* Ook het Oranje zandoogje profiteert van deze ontwikkeling, ook deze soort nam met 30% toe, we telden 360 exemplaren op 8 weken. Het Oranje zandoogje begon 2 weken later te vliegen dan in 2007, maar vloog ook 1 week langer.
* Met het Bont zandoogje ging het minder goed: we telden 350 exemplaren, dat is 15% minder dan in 2007. Deze soort vloog 28 weken, één week minder dan vorig jaar.
* Een vierde soort zandoogje: het Hooibeestje, werd dit jaar helemaal niet gezien. Blijkbaar waren er geen zwervers die tot in het Burreken vlogen.
Vossen (Schoenlappers):
* Net als in de winter 2006-2007 blijkt de Atalanta ook de winter 2007-2008 terplaatse overleefd te hebben, getuigen daarvan zijn de twee Atalanta's die reeds op 10 februari vlogen. Ondanks de vroege start, bleven de aantallen het gehele jaar laag. In totaal telden we 66 Atalanta's, gespreid over 22 vliegweken. In 2007 telden we 173 vlinders in 29 vliegweken: een daling met meer dan 60% .
* Nog dramatischer was de achteruitgang met meer dan 90% van de Dagpauwoog. In 2007 telden we nog 227 vlinders over 22 vliegweken, dit jaar nog slechts 21 exemplaren in 9 vliegweken .
* Maar het kan nog erger: de ooit zo algemene Kleine vos was al vorig jaar verontrustend schaars: we telden in 2007 10 exemplaren in 7 vliegweken, dit jaar is er in het Burreken niet één Kleine vos gezien !
* Minder dramatisch was de achteruitgang van de Gehakkelde aurelia, deze soort vloog dit jaar 1 week minder dan het vorige, we telden dit jaar 36 exemplaren, in 2007 waren dat er 52: een terugval van 30% .
* Het Landkaartje ging dit jaar 20% achteruit, we telden 59 vlinders in 9 vliegweken. In 2007 vloog deze soort 15 weken, het is vooral de voorjaarsgeneratie die zwaar te lijden had van het slechte voorjaar.
* De Distelvlinder, de trekvlinder bij uitstek, was blijkbaar nergens algemeen en slechts 2 exemplaren werden in het Burreken gezien, in 2007 waren dat er nog 15.
Page's:
* Ook de Koninginnepage werd dit jaar slechts 1 keer gespot, in 2007 waren dat er nog 9 en werden er zelf eitjes afgezet.
Witjes:
* Eén soort witje is er dit jaar zowaar op vooruitgegaan : we telden 97 Groot koolwitjes, 10% meer dan vorig jaar, ondanks het feit dat ook deze soort 3 weken minder vloog dan in 2007.
* Het meest algemene witje, het Klein geaderd witje kende wel een terugval van meer dan 30%, toch telden we nog 343 exemplaren in 23 weken dit jaar. Deze soort vloog ook 5 weken minder dan vorig jaar.
* Het Klein koolwitje ging met 20% achteruit. We telden nog 64 vlinders in 16 vliegweken, ook al 5 weken minder dan in 2007.
* De Citroenvlinder werd dit jaar helemaal niet meer gezien. In 2007 zagen we nog 4 exemplaren van deze ooit zo gewone soort.
* Met het Oranjetipje gaat het nog niet zo slecht, met 63 waarnemingen bleef deze soort status quo. De vliegperiode van het Oranjetipje was dit jaar geconcentreerd in 4 weken: van 20 april tot 11 mei. Vorig jaar vloog deze soort 2 weken vroeger en de laatste waarneming was pas eind mei.
Blauwtjes:
* Het meest algemene blauwtje in het Burreken is het Boomblauwtje, we telden dit jaar 20 exemplaren, een terugval van meer dan 50% tegenover 2007.
* Het Icarusblauwtje lijkt ook te profiteren van de ruigere graslanden. De soort was hier altijd een zwerver die enkele keren per jaar werd gezien. 2008 was het eerste jaar dat er 6 weken lang Icarusblauwtjes vlogen op dezelfde lokatie. We telden 11 waarnemingen dit jaar.
* Met het Bruin blauwtje ging het minder goed, slechts 1 exemplaar gezien in het Burreken dit jaar .
* Nog zo'n onregelmatige zwerver is de Kleine vuurvlinder, er waren 2 waarnemingen dit jaar, vorig jaar zagen we d'r geen .
* In de loop van de winter 2008-2009 werden er op twee locaties eitjes van de Sleedoornpage gevonden . Ondanks het ontbreken van waarnemingen van vlindertjes in de loop van de zomer, blijkt deze bijzondere soort nog steeds aanwezig te zijn, al doet het beperkte aantal eitjes ( 11 ) vermoeden dat het geen grote populatie meer is . De Sleedoornpage vliegt als vlindertje gewoonlijk hoog boven de bomen, waardoor de kans om ze op te merken, heel gering is. De vrouwtjes komen in de late namiddag naar beneden om eitjes af te zetten op jonge sleedoorntwijgen . Het aantal geschikte sleedoornstruiken in het Burreken blijk nogal beperkt te zijn, zorgen voor meer geschikt sleedoornstuweel is een dringende noodzaak voor het behoud van deze soort .
Dikkopjes:
* Het Zwartsprietdikkopje is een vaste bewoner van het Burreken, precies zoals vorig jaar vlogen ze 6 weken overwegend op één lokatie, toch kende deze soort een achteruitgang van 30%, we telden nog 24 vlindertjes.
* Het Geelsprietdikkopje dook weer op na een afwezigheid van een paar jaar, we zagen 3 vlindertjes in drie opeenvolgende weken in juli.
* Nog meer goed nieuws is dat het Groot dikkopje voor het eerst een vaste stek lijkt gevonden te hebben in het Burreken. In 7 vliegweken in juni en juli telden we 27 waarnemingen, met als maximum 10 vlinders op 30 juni. Vorig jaar passeerde er 1 Groot dikkopje in het Burreken en de jaren daarvoor was dat nooit veel meer .
 
Besluit:
Van de 25 soorten dagvlinders die er in de voorbije jaren in het Burreken vlogen, gaan er 17 soorten achteruit, 1 soort blijft status quo en 7 soorten gaan er op vooruit.
De winners zijn de soorten die het goed doen in ruig grasland, een biothoop dat in het Burreken uitbreidt.
De meest spectaculaire vaststelling is de toename met 120% van de populatie Bruin zandoogje, die met meer dan duizend waarnemingen stevig safe lijkt te zitten.
De vestiging van Groot dikkopje is eveneens aan dit biothoop te danken.
Met droefheid melden we u het verdwijnen van de Kleine vos en de Citroenvlinder, twee ooit gewone soorten die na jaren van achteruitgang nu helemaal verdwenen zijn. In hun spoor volgt de Dagpauwoog waarvan de populatie met 90% verminderde.
Dat 2008 niet zo'n bijzonder goed weer kende is een feit, maar zo uitzonderlijk slecht was het weer nu ook niet. Dat er goede en slechte vlinderjaren zijn, weten we allemaal, maar de achteruitgang van zoveel ooit zeer gewone vlindersoorten kan toch niet enkel aan het slechte weer geweten worden.
Vaak worden dagvlinders vergeleken met de kanarie in de koolmijn (*1). Het verdwijnen van de vlinders is een waarschuwing dat er iets serieus verkeerd loopt in ons leefmilieu. In dit geval is er maar één boodschap : "Help, de kanarie is stervende!"
Het is juist het verdwijnen van deze zogezegde algemene soorten die geen speciale eisen stellen aan hun milieu, dat ons moet verontrusten.
Lokale omstandigheden kunnen leiden tot het lokaal uitsterven van een soort. Zo zijn bijvoorbeeld de drie lokaties die mij bekend zijn, waar er poppen van het Landkaartje de winter dachten door te komen, nu alle drie grondig gemaaid => weg voorjaarsgeneratie 2009 ! Allicht zullen er wel elders voldoende vlinders ontpoppen om de lege biothopen onopvallend weer op te vullen.
Problematisch wordt het pas als de meest nabije buurpopulatie verder weg leeft, dan blijft de plek van de uitgestorven populatie leeg .
Als geschikte biothopen steeds meer eilandjes worden in een oceaan van ongeschikt landschap, wordt het totale uitsterven van een soort steeds waarschijnlijker.
Soorten die zogezegd geen bijzondere eisen stellen aan hun biothoop, zijn afhankelijk van de algemene toestand van ons leefmilieu. Als de wegbermen en overhoekjes waar hun rupsen moeten opgroeien ongeschikt worden, dan blijft er voor deze soorten geen levensruimte meer over .
 
Alleen dagvlinders in de problemen ?
In dit verslag heb ik het enkel over de dagvlinders in het Burreken, de enige reden daarvoor is dat we over de nachtvlinders gewoon teweinig gegevens hebben. We weten bijlange niet welke soorten er allemaal voorkomen, hoeveel van elke soort, hoe de populatie evolueert ...
Een uitzondering is het Gammauiltje, een dag-actieve nachtvlinder. In 2006 noteerde ik nog gewoon "meer dan 100 exemplaren" op een bloeiënde ligusterstruik op één moment. De aandacht kwam er pas in 2007 toen de soort blijkbaar verdwenen was ! In 2007 telde ik 10 exemplaren op 6 vliegweken. Dit jaar was er een beperkte heropleving : 38 exemplaren in 11 vliegweken.
Met het oog op deze voorbeeldsoort, mogen we aannemen dat er geen grote verschillen zijn tussen de situatie van de nachtvlinderpopulaties en die van de dagvlinders.
 
Bedenkingen:
Een negentigjarige vriend vertelt nog over de tijd dat het Groot geaderd witje een algemene plaag was. Als vijftigjarige herinner ik mij dat de Argusvlinder zo algemeen was, dat we d'r niet eens naar keken. We hadden het er ooit eens over, dat de Kleine vos eigenlijk best een mooië vlinder was, maar er vlogen er zó veel dat we daar geen oog voor hadden ...
De achteruitgang van onze vlinders is dus duidelijk geen fenomeen van de jongste jaren en ook geen fenomeen van enkel hier bij ons.
Een Canadese onderzoeker was bezig met een drie jaar durende studie van de Tijgerzwaluwstaart. Het eerste jaar kon hij zonder probleem per dag 500 vlinders waarnemen, om die reden had hij ook deze lokatie gekozen voor zijn studie. De volgende twee jaren mocht hij zich gelukkig prijzen als hij op een goede dag nog 50 Tijgerzwaluwstaarten telde. Wat was er fout gegaan ?
De terugval met 90% van de populatie Tijgerzwaluwstaarten viel samen met de introductie van genetisch gemanipuleerde maïs op de akkers. Deze maïs maakt zijn eigen insecticide aan tegen vlindersoorden zoals de Maïsboorder, tot zover de bedoeling van de manipulatie, maar maïs is een windbloeier en ook het stuifmeel dat kilometers ver waait, bevat deze zelfaangemaakte insecticide ! Alle rupsen die op voedselplanten leven, die dit dodelijke stuifmeel gevangen hebben, leggen het loodje ...
Overal ter wereld verdwijnen de vlinders. Fragmentatie en verarming van hun biothoop liggen daar aan de basis van. De explosieve bevolkingsaangroei van onze menselijke soort is er de oorzaak van.
Behalve dat we het natuurlijk habitat vernielen, maken we ook nog eens het resterende landschap vlinderonvriendelijk met allerlei pesticiden, door maaiën, door de verkeersdrukte die anders geschikte wegbermen dodelijke vallen maakt .
We maken de wereld voor insecten onleefbaar zelfs zonder dat we ons dat realiseren : Het uitsterven van hele bijencolonies, wat nu wereldwijd een plaag is, zou samenhangen met de steeds toenemende "vervuiling" met electromagnetische straling . De natuurlijke magnetische straling vormt een belangrijk onderdeel van de leefwereld van insecten, GSM-masten en dergelijke verstoren de natuurlijke magnetische velden waardoor de bijen "gek" worden ! Wat de invloed van dergelijke zaken op vlinders is, is een open vraagstuk .
 
Global Warming, de oorzaak van alle onheil ?
Voor alles wat er mis gaat in ons milieu, wordt tegenwoordig al te gemakkelijk naar de opwarming van de Aarde gewezen.
Onderzoek naar 35 soorten Europese niet-migerende vlinders, leverde de volgende resultaten op : In de voorbije 100 jaar hebben 22 van de 35 soorten hun areaal 35 tot 240 kilometer naar het noorden uitgebreid, terwijl de zuidelijke grens van hun areaal niet noordwaards opschoof. Slechts 1 soort breidde zijn areaal naar het zuiden uit, terwijl de resterende 12 soorten geen wezenlijke areaalsveranderingen kenden. De onderzoekers berekenden dat er op zijn minst 50 vlindergeneraties nodig waren om zwervende vlinders in staat te stellen om geschikt habitat 240 kilometer verderop te coloniseren en dat tijdens een periode waarin juist in de noordelijke Europese landen het verlies aan habitat het grootste was .
We kunnen dus besluiten dat er wel degelijk een invloed is op de vlinderpopulaties, maar dat deze niet persé negatief is .
In een streek zoals de Vlaamse Ardennen, moeten we ook de invloed van het klimaat binnen de context plaatsen. Het is een gekend fenomeen dat de lente in de dalen 2 à 3 weken vroeger begint dan op de heuvels 100 meter hoger. De vlinders vinden dus in een opgewarmd klimaat op de heuvels nu bij benadering dezelfde temperaturen als vroeger in de dalen, een paar kilometer verder. In een gezonde omgeving kan dit geen onoverbrugbaar probleem zijn.
 
Hoe kunnen wij de vlinders helpen ?
De wereld van de vlinders is ook zonder mensen een wereld vol gevaren.
Gemiddeld levert slechts 2% van alle eitjes een volwassen vlinder op die tot voortplantig kan komen. In elk stadium van hun leven worden vlinders bedreigd.
Als eitje zijn ze afhankelijk van hoe veilig de plaats is waar hun moeder ze achterliet. Als ze gevonden worden, zijn ze een voedzaam hapje voor allerlei klein grut, of ze kunnen aangetast worden door schimmel, of de haag waarop de eitjes overwinteren wordt gesnoeid ...
Als rups zijn ze bulkvoor voor de vogeltjes. Als pop zijn ze weer overgeleverd aan het geluk dat de plaats die ze kozen om te verpoppen veilig is, niet te nat, niet te droog, uit het zicht maar toch luchtig genoeg ...
In alle stadia van hun ontwikkeling kunnen ze ten prooi vallen aan parasieten. Als vlinder moeten ze voldoende opvallen om een partner te vinden, maar ook niet teveel of ze worden opgeëten ...
Als de omstandigheden gunstig zijn, is het percentage nageslacht groter dan wat er nodig is om de populatie in stand te houden, dan gaan er vlinders uit deze populatie zwerven, op zoek naar een plekje dat nog niet bezet is . Dergelijk succespopulaties zijn er nodig om de mislukte kweek op andere locaties aan te vullen .
Als beheerders van natuurgebieden of als bezitter van een natuurrijke tuin, is het belangrijk zicht te hebben op de levenscyclus van de diverse vlindersoorten. Er bestaat een waaiër aan literatuur waaruit we kunnen leren wat de behoeften zijn van deze insecten. Door te zorgen voor voldoende voedselplanten voor de rupsen, door indien mogelijk de rupsen tijdens hun groei te beschermen tegen de vele gevaren en door er natuurlijk voor te zorgen dat er voldoende geschikte bloemen bloeien in de vliegtijd van de volwassen vlinders, kunnen we onze lokale vlinderpopulatie een duwtje in de goede richting geven.(*2)
 
 
 
(*1) In vroeger tijden namen de mijnwerkers een kanarievogel mee in de mijn om hen te  waarschuwen voor mijngas. Nog voor de concentratie mijngas in de lucht gevaarlijk werd voor de mens, legde de kanarie het loodje => als de kanarie stierf, was het dus tijd om je uit de voeten te maken voordat het gas ontploft .
 
(*2) Op dezelfde manier werken ook de vlinderfarms die vlinders voor verzamelaars kweken. Men plant voedselplanten voor de rupsen, beschermt de rupsen tegen predatie en ziekten en als gevolg daarvan ontpoppen er veel meer vlinders dan nodig voor de instandhouding van de populatie. De "overproductie" wordt verkocht als pop voor een vlindertuin of als vlinder voor verzamelaars. De kwekers hebben er alle belang bij het habitat van de vlinders te beschermen en verdienen vaak meer dan dat ze op een andere wijze ooit kunnen doen. Doordat de gekweekte vlinders bovendien ongeschonden geleverd worden, maken ze het minder lonend om vlinders in het wild te vangen, omdat deze nooit zo gaaf zijn.
 
Copyright 2011 Dagvlinders 2008. Powered by Joomla templates. All Rights Reserved.