Historisch ecologische context

Er werd een beperkt onderzoek gedaan (heeft enkel betrekking op perimeter 1) naar de evolutie van het bosareaal sinds 1775.

Volgende kaarten werden hiervoor gebruikt:

1. Ferraris 1775; 2. Vandermaelen 1850; 3. Institut Carthographique Militaire (= ICM, ook Dépot de la Guerre genoemd) 1864; 4. ICM 1884; 5. ICM 1937; 6. Nationaal Geografisch Instituut (= NGI) 1954; 7. NGI 1975/1989.
Gepoogd werd om het bosareaal in te tekenen op een kaart met de huidige meest markante landschaps- en/of perceelsgrenzen en wegen als ondergrond. Dit leverde enkel voor de toestand van 1775 problemen op. Wellicht zijn als gevolg van het sterk golvende reliëf belangrijke fouten gemaakt bij de opmeting en intekening van de kaart. Het gebied van het Burreken lijkt op de Ferrariskaart als het ware samengedrukt, waardoor de verhouding lengteas/breedteas veel kleiner is dan in werkelijkheid.
Er zijn (voorlopig) geen gegevens beschikbaar betreffende de aard van het bos in het verleden. Vast staat wel dat gedurende de beschouwde periode enkel loofbos in het gebied voorkwam.

Feraris kaart uit 1954 - Bosareal

Algemeen

De drie "grote" beboste zones in het Burreken, nl. deze van de Ganzenberg en het noordelijke en zuidelijke blok rond de Krombeek, zijn gedurende de hele hier beschouwde periode min of meer gescheiden gebleven. De heden onbeboste zone tussen de Krombeek en de Ganzenberg was gedurende de beschouwde periode nooit bebost.
De oppervlakte bosareaal in 1775 verschilt nauwelijks van de oppervlakte bosareaal in 1995. Er zijn echter opmerkelijke ruimtelijke verschuivingen gebeurd. De oppervlakte bos was gedurende de beschouwde periode ook voortdurend kleiner dan in 1775 en 1995. Het dieptepunt werd bereikt op het einde van de vorige eeuw. Hongersnood en demografische verschuivingen in de 2de helft van de 19de eeuw zijn hiervoor wellicht verantwoordelijk (Tack et al., 1993).

Burreken bos areal tussen 1775 en 1975

 

 

 

Historische reconstructie van het bosareaal in het Burreken (perimeter 1)

 

 

 

 

"Oud bos"

De grote verschuivingen in het bosareaal maken dat in het gebied slechts een zeer beperkte oppervlakte (enkele ha) oud bos (sensu Tack et al., 1993) in het gebied aanwezig is. Het grootste aandeel wordt uitgemaakt door jong bos; er is eveneens een aanzienlijk deel ontginningsbos.
Wat de vegetatie betreft, worden de delen oud bos inderdaad gekenmerkt door een zeer rijke vegetatie met veel "oud-bos-soorten" (Daslook, Eenbes, Naaldvaren (?)...). Het voorkomen van rijke vegetaties met dergelijke soorten blijft echter geenszins beperkt tot de zones met "oud bos". Deze vaststelling en het feit dat de Ferrariskaart nogal wat interpretatieproblemen opleverde, waren de aanleiding om ook de zones die sinds 1850 onafgebroken onder bos lagen in kaart te brengen. Opnieuw komen hier enkele van de waardevolste percelen naar voor (o.m. de zeer rijke vegetatie met overgangen van Bronbos naar Elzen-Olmen-Essenbos langs de Krombeek en de grote vlekvormige bronbosvegetaties in het zuidelijke deel van Het Burreken langs de Krombeek (een zone die totaal niet bebost was in 1775). Wanneer we nu ook de sinds 1775 of 1850 beboste zones, met slechts een zeer korte ontginningsperiode beschouwen, brengen we samen met de voorgaande "oude bospercelen" vrijwel alle zeer waardevolle bospercelen in kaart.
Uitzonderingen zijn o.m. het centrale bosje op het zuidwestelijke zijbeekje van de Krombeek, een perceel bos in het noorden langs de rechteroever van de Krombeek

Voorlopig besluit

Het onderscheid tussen oud en jong bos komt niet tot uiting in de vegetatiekaart (zie verder) zelf, maar bepaalt wel voor een groot deel de soortensamenstelling van de vegetaties. Oudere bospercelen hebben veelal een zeer rijke vegetatie in het Burreken. Rijke vegetaties met veel "oud-bos-soorten" blijven echter zeker niet beperkt tot de percelen die al 200 jaar onder bos liggen.
Ruimtelijke verbinding van de boszones van de Ganzenberg en de Krombeek door bebossing van de tussenliggende weiden of akkers kan slechts op zeer lange termijn waardevolle (gevarieerde of met aanwezigheid van soorten van oud bos) bosvegetaties opleveren. Veel belangrijker en realistischer in dit opzicht is het verkrijgen van een sterk gevarieerde landschaps- en vegetatiestructuur in deze tussenliggende en van oudsher niet beboste zone.
Wat de bosstructuur betreft kan nu enkel gezegd worden dat er een vrij recente verschuiving heeft plaatsgevonden van hak- en middelhout naar meer hooghout. Vele percelen vertonen nog een middelhoutstructuur met vaak doorgeschoten hakhoutlaag.

 

Bebouwing

Ingang Perreveld: detail uit "Atlas der buurtwegen" van 1842. Ingang perreveld uit buurtatlas van 1842

 

 

 

 

In het eerste deel van de wandeling (blauwe route) is nu (2007) geen bebouwing meer te zien. Terwijl op de kaart hiernaast er in 1842 nog een vrij groot gebouw/hoeve stond.

Copyright 2011 Historisch ecologische context. Powered by Joomla templates. All Rights Reserved.