Doeltypes

Bos

Doeltypes zijn hier ingedeeld naar structuur. Deze doeltypes kunnen de verschillende vegetatietypes omvatten, die (potentieel) in het gebied voorkomen. De aanwezige vegetatie vormt echter wel de basis voor de keuze voor een bepaald type.

Naar vegetatiedoeltypes toe zijn alle hoger vermelde bosvegetaties belangrijk.

  1. Bijna-natuurlijke bossen (cf. Hermy, 1989): flora en fauna zijn inheems en grotendeels spontaan; de structuur gelijkt sterk op die van een natuurlijk bos (de van nature voorkomende grote planteneters en roofdieren zijn echter bijna geheel afwezig en zijn in het Burreken ook niet meer te verwachten). Belangrijke vegetatietypes voor behoud en ontwikkeling zijn hier Essen- Eikenbossen met Wilde hyacint, bronbosvegetaties, Elzen-Olmen-Essenbossen.
  2. Rest-natuurlijke bossen: middelhoutbos (lange omlooptijd), met een spontane kruidlaag en ongestoorde bodem. Op langere termijn wordt ook hier gestreefd naar een volledig inheemse (streekeigen) boom- en struiklaag. Vegetatiedoeltypes: zie hierboven.

Grasland

Voor de graslanden wordt daar waar gekozen werd voor een mechanisch beheersmodel geopteerd om:   a) vegetaties van Dottergraslanden of Glanshavergraslanden optimaal te ontwikkelen. De oppervlakte van deze botanisch waardevole hooilandjes is vrij klein. of

b) het tot ontwikkeling te brengen van een gevarieerde gras-kruidenmix. Met reukgras als karakteristieke soort op de drogere stukken.

Als doelstelling voor het overgrote deel van de graslanden en akkers geldt het ontwikkelen van structuurrijke vegetaties (wastine-achtige vegetaties) met daarbij langzame overgangen naar bos.

Mantels en zomen

De overgangen van bossen naar grasland (of ruigtes en wastines) gaan bij voorkeur via een mantel- en zoomvegetatie (behalve op plaatsen waar een waardevolle of cultuurhistorisch belangrijke perceelsgrens aanwezig is).

Copyright 2011 Doeltypes. Powered by Joomla templates. All Rights Reserved.