Beekherstel

De in de verschillende valleiën ontspringende verschillende beken : de Krombeek slingert door peimeter 1 en mondt uit in de Maarkebeek. Tussen perimeter 1 en de 2 andere loopt de waterscheiding. De Krombeek komt via de Maarkebeek uiteindelijk in de Schelde terecht. De Roosmeersbeek en Slijpkotbeek monden uit in de Zwalm. De bronnen bevinden zich op de flanken van de vallei en voeden zo de bovenlopen van deze beken.

Herstel waterkwaliteit

De instroom van het water uit de bronnen is van een redelijke kwaliteit. Anders is het gesteld
met het oppervlaktewater dat van de hoger gelegen plateaus langs de hellingen in de beek terechtkomt. Dit water is meestal voedselrijk en is afkomstig van de op de hoger gelegen gronden waarop akkerbouw plaatsvindt. Door de intensieve bemesting wordt niet alle mest door de planten opgenomen en vloeit een deel van de mest zo de beek in. Doordat dit water een zeer hoog gehalte aan nitraat (stikstof) bevat, verruigt op veel plaatsen de bodem met grote brandnetel. Deze plant kan grote hoeveelheden stikstof verwerken en gaat aldus grote stukken van de vallei inpalmen waardoor er uniforme brandnetelruigtes ontstaan. Aangezien de oorsprong van de vervuiling van externe aard is, kunnen we enkel hopen dat efficiënte bemestingsnormen, opgelegd door de overheid, het probleem oplossen!

bronbeek

Herstel beekloop

Aangezien de bovenloop van deze bronbeken niet is rechtgetrokken, kunnen deze hun naam nog alle eer aandoen, zoals bv. de Krombeek. Toch zijn er een aantal zaken die moeten aangepakt worden. Op sommige plaatsen hebben plaatselijke bewoners duikers aangebracht, waardoor de beek op die plaats door een smalle buis loopt. Dit is uiteraard niet ideaal voor allerlei organismen die de beek gebruiken als 'verbindingskanaal' doorheen het landschap. In de eerste plaats denken we hier aan vissen op weg naar hun voortplantingsplaatsen. Ook kleinere organismen kunnen het hoogteverschil dat hierdoor soms ontstaat niet overbruggen. Een verwijdering van deze elementen dringt zich dan ook op, al dan niet met een vervanging door een echte brug.
Een probleem van historische oorsprong is het voorkomen van sluikstorten langsheen bepaalde delen van het beektraject. Deze storten zijn een gevolg van het ontbreken van afvalophaling in het verleden . Hiervan is nochtans een groot deel door opruimacties (o.a. in samenwerking met de JNM) reeds verdwenen. We spreken hier wel degelijk over enkele containers afval! Door erosie kunnen er op sommige plaatsen nog restanten bloot komen te liggen. Sluikstorten uit het recente verleden zijn (gelukkig) zeldzaam.

Poelen

Een verwant waterbiotoop zijn poelen. Alhoewel tegengesteld aan beken door hun stagnerend water, spelen ze toch een belangrijke rol in het ecosysteem van het reservaat. Allerlei organismen zoals salamanders, padden, libellen en kikkers hebben stilstaand water nodig voor hun voortplanting. Poelen zijn kunstmatig door de mens aangelegde plassen water(meestal +/- 100m2 groot). Aangezien in het recente verleden enkele poelen door de mens zijn gedicht, is het opnieuw uitgraven ervan of heraanleggen een optie. Voor de uitvoering van de werken zal een beroep gedaan worden op de mensen (en kraan) van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen.

 

 

Copyright 2011 Beekherstel. Powered by Joomla templates. All Rights Reserved.